Richard Hoogenboom van de Universiteit Gent ontving onlangs de IUPAC-award voor creatieve polymeerchemie.

Voluit heet de prijs die Richard Hoogenboom in maart ontving de Fifth Polymer International-IUPAC Award for Creativity in Applied Polymer Science or Polymer Technology. ‘Ik wist dat ik genomineerd was’, vertelt Hoogenboom over de prijs waarvoor collega’s je moeten voordragen. ‘Maar ik rekende er niet op te winnen. Ik zie het als erkenning voor mijn hele groep. Ik kan wel mooie ideeën hebben, maar als ik geen goede onderzoekers heb om die uit te voeren…’

Waar zit die creativiteit in? ‘In de stap die we maken vanuit de organische chemie naar de uiteindelijke toepassing als polymeermateriaal. Waar menig collega begint met wat Sigma-Aldrich op de plank heeft liggen, gaan wij uit van monomeren dan wel supramoleculaire bouwstenen die we zelf synthetiseren. Om zodoende nieuwe polymeren te genereren met het oog op biomedische toepassingen, zoals medicijnafgifte, maar ook zelfhelend rubber.’

‘Het lukte vrij gemakkelijk om fondsen te werven’

Sinds 2010 werkt de van huis uit chemisch ingenieur aan de UGent, waar hij nu twee jaar hoogleraar is en de supramoleculaire chemie-groep leidt. ‘Bij zo’n nieuwe start krijg je de vrijheid om je onderzoeksgebied opnieuw te definiëren. Ik besloot om supramoleculaire materialen te ontwikkelen, maar ook verder te werken aan poly-2-oxazolines met als uitdagend doel om polymeren met een hoog molecuulgewicht te ontwikkelen.’ Hoogenboom vervolgt: ‘Die vrijheid brengt tegelijkertijd een zekere druk met zich mee, want ook hier word je, te veel, op publicaties afge­rekend. Het is dus niet alleen maar blue sky.’

Dezelfde trend hoor je als Hoogenboom vertelt over het systeem in België. ‘Hier hebben we het zogenoemde ZAP-systeem, dat staat voor Zelfstandig Academisch Personeel. Het houdt in dat je on­geacht je rang promotierecht hebt en onafhankelijk onderzoek kunt doen. Daardoor krijg je alle credits, maar draag je ook alle ver­­ant­woordelijkheid.’

Managen

Echte druk vanuit het Belgische systeem lijkt Hoogenboom niet te voelen: ‘Ik had bij binnenkomst gelukkig al een stevig cv, waardoor het vrij gemakkelijk lukte om fondsen te werven binnen België.’ Al snel vormde zich een groep van vijftien onderzoekers om hem heen; een optimaal aantal volgens de chemicus. ‘Vorig jaar waren we nog met 25 en toen was ik meer aan het managen dan dat ik mij kon opstellen als betrokken professor.’

De deur van Hoogenbooms werkkamer staat dan ook zo veel mogelijk open. ‘Samenwerken is essentieel. Mijn organische chemiekennis is bijvoorbeeld niet zo sterk, daar ligt niet de nadruk op bij de chemisch ingenieurstudie aan de TU/e. Andere collega’s zijn daar beter in.’

Omgekeerd werkt het ook zo: ‘Voor chemici moeten hun reactiemechanismen en berekeningen altijd perfect kloppen. Ik ben eerder iemand die voor studenten snel even een berekening maakt op de achterkant van een bierviltje. Door gedegen aannames te maken, kan ik snel tot een goede inschatting komen. Die kunde heb je als student chemische technologie hard nodig als je fabrieken doorrekent en die komt mij ook nu nog dagelijks van pas.’