Gerecycled plastic belandt vooral in bermpaaltjes. Kwaliteitsstandaarden voor recyclaat moeten daar verandering in brengen.

We scheiden ons plasticafval steeds beter. Het wordt netjes opgehaald en gesorteerd. Toch breekt recycling nog niet door, waarschuwt de kunststofindustrie in haar nieuwe Masterplan Kunststof Kringloop van eind 2016. Gerecy­cled plastic belandt in berm­paaltjes, pallets, regenpijpen en tuinmeubelen, maar amper in nieuwe verpakkingen. Terwijl verpakkingsplastic zeker 40 % van alle kunststoffen vertegenwoordigt.

Officiële normen

Een belangrijke oorzaak is dat kwaliteitsstandaarden voor recyclaat ontbreken, denkt Christiaan Bolck, programmamanager materialen bij Wageningen University and Research en medeopsteller van het Masterplan. ‘Er zijn veel kleine recyclers. Die zijn vaak nog gericht op zo veel mogelijk plastic verwerken. Bovendien zien ze de samenstelling van hun producten als unique selling point.’ Maar zo kunnen bedrijven niet vertrouwen op een groot volume aan gerecycled plastic van de juiste, constante kwaliteit. En dat is een obstakel voor grootschalige doorbraak, aldus Bolck.

Bolck en collega’s onderzoeken, in samenwerking met de Federatie Nederlandse Rubber- en Kunststofindustrie, hoe kwaliteitsstandaarden voor gerecycled plastic eruit zouden moeten zien. Het idee is dat de industrie ze overneemt en vastlegt in officiële Nederlandse en Europese normen. Bolck: ‘De overheid kan de normen dan ook als voorwaarde noemen in voorschriften, zodat iedereen ze gaat gebruiken.’

'Het type plastic is niet altijd van belang'

Hoe ziet zo een standaard er straks uit? Bolck: ‘We denken aan zogeheten add-on’s, extra specificaties voor gerecycled materiaal boven op de reguliere kwaliteitsstandaarden. Bij gerecycled PET van statiegeldflessen werkt het in de praktijk al zo.’ Maar een kwaliteitsstandaard zou ook los kunnen staan van de chemische samenstelling, de plasticsoort. ‘Het type plastic hoeft namelijk niet altijd van belang te zijn. Als het materiaal maar goed toepasbaar is.’

Betrouwbare waardes

Behalve de chemische samenstelling en eigenschappen zoals het smeltpunt, hoort bij een norm voor recyclaat ook een bronvermelding, verwacht Bolck. ‘Hoe com­plexer de instroom, hoe lastiger je de kwaliteit kunt garanderen. Iemand kan bijvoorbeeld een lege shampoofles hebben gebruikt om kwastenreiniger of bleekmiddel te bewaren. Bij voedselverpakkingen moet je dergelijke verontreinigingen uitsluiten.’

Op dit moment inventariseren ze in Wage­ningen de mogelijkheden om de recyclaatkwaliteit te meten. De onderzoekers bekijken welke waardes je betrouwbaar kunt bepalen; denk aan het vloei- en smelt­punt en de sterkte van het materiaal. Ook gaan ze na of dat kan met betaalbare technieken, bijvoorbeeld infraroodspectroscopie en chromatografische methodes. En of er overlappende of gerelateerde parameters zijn, en of een steekproef betrouwbaar genoeg is in verband met sporadische verontreinigingen. ‘Minie­me hoeveelheden organische verontreinigingen kunnen de geur of kleur van recyclaat bederven. Ook daarvoor inventariseren we dus de beschikbare meettechnieken’, vertelt Bolck.

Homogener

Het duurt nog zeker twee jaar voordat de kwaliteitsstandaarden er daadwerkelijk zijn. Na de inventarisatie volgt een expliciet voorstel voor normen per recyclaat. Die vervolgens nog officieel moeten worden vastgelegd. Bolck: ‘Maar je kunt ze al eerder in de praktijk gebruiken en toetsen. Het is tevens een goed middel om bedrijven effectiever met elkaar te laten praten.’

De standaarden zullen ook de keuze voor primaire verpakkingsmaterialen beïnvloeden. Bolck: ‘Het is niet de opzet bepaalde plasticcombinaties of additieven uit te bannen. Maar een homogener recyclaat bereik je alleen met homogenere afvalstromen.’