De Nederlandse politieke voornemens op het gebied van duurzame energie kosten het gemiddelde Nederlandse huishouden straks 1000 euro per jaar zonder dat de CO2-emissies er minder door worden. Hoog tijd om tegen de windmolens te gaan vechten, zo suggereert de Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW) in een persbericht.

De VEMW en haar leden (voornamelijk energie-grootverbruikers uit de industrie) stellen dat de klimaatproblematiek beter kan worden bestreden door energiebesparing, door toepassing van kernenergie, biobrandstoffen en ‘schoon fossiel’, en door in te zetten op nieuwere technologieën die méér beloven dan die windmolens.

Volgens de VEMW werkt het huidge subsidiebeleid voor zonnepanelen en - vooral - windmolenparken op zee averechts. Ten eerste gaat het om projecten die economisch nooit rendabel zullen worden, zeker niet als je de kosten van de aansluitende hoogspanningskabels en het benodigde reservevermogen voor windstille dagen meetelt. De vereniging ziet aankomen dat die windparken de ‘bakstenen’ van de toekomst zijn, waar miljarden bij zullen moeten totdat ze eindelijk een keer zijn afgeschreven.

Ten tweede ziet de VEMW aankomen dat er niet meer wordt geïnvesteerd in ándere technologie die de CO2-emissies verkleint. Dat heeft weer met het huidige emissiehandelssysteem te maken: wanneer een paar marktpartijen overschakelen op gesubsidieerde windenergie, worden de CO2-credits zó goedkoop dat het voor anderen de moeite niet meer waard is om in energiebesparing te investeren.

De vereniging verwijst daarbij naar onderzoek van het Rheinisch-Westfälisches Institut für Wirtschaftsforschung naar de grootschalige inpassing van duurzame elektriciteit in Duitsland. Daar schijnt ook al uit te zijn gekomen ‘dat een ongebreideld subsidiebeleid netto geen CO2-reductie realiseert’.

VEMW pleit er in haar notitie Duurzame Energie dan ook voor om de subsidies te concentreren ‘op het daadwerkelijk - dus in de dagelijkse praktijk - realiseren van een koolstofarme energievoorziening’. Daarbij moeten de kosten transparant zijn voor de industrie, moet Nederland in haar doelstellingen niet ambitieuzer willen zijn dan de rest van de EU, en moeten doelstellingen worden gerealiseerd tegen de laagst mogelijke kosten.

Een bijstelling van het beleid in die richting betekent tevens dat een deel van het subsidiegeld, dat nu naar de energiebedrijven en de windmolenbouwers gaat, straks bij de VEMW-leden terecht komt. Maar dat staat er uiteraard niet bij.

bron: VEMW

Onderwerpen