'Werken kan ik mijn hele leven nog'

Werner Tabak kun je gerust leergierig noemen, ook beschikt hij over een flinke dosis doorzettingsvermogen. ‘Op mijn vriendin en familie na is chemie voor mij het belangrijkste.’

Als je op het mbo niet aan je trekken komt tijdens de practica, dan richt je toch gewoon thuis je eigen laboratorium in? ‘Bij mijn vorige opleiding beperkten de practica zich tot routineklussen, zoals eindeloos pipetteren. En ik was ook geïnteresseerd in andere chemie dan waar op het mbo de nadruk op ligt, zoals organische synthese’, vertelt Werner Tabak (21), tweedejaarsstudent aan de Avans Hogeschool Den Bosch met zijn propedeuse cum laude al op zak. ‘Ik ben trouwens wereldwijd niet de enige met een eigen lab, al zijn we in Nederland maar met enkele. Een kennis van mij met een eigen lab is overigens geen chemicus maar een elektrotechnicus.’

Fascinatie

Voor ideeën voor proeven laat Tabak zich mede inspireren door het wereldwijde forum van chemici op skype waaraan hij deelneemt. ‘We zijn allemaal gefascineerd door fluorescentie. In het dagelijkse leven heb je er wellicht niet direct iets aan, maar de theorie erachter is harstikke interessant.’ Momenteel speelt hij dan ook met koper(I)jodide-pyridinecomplexen waarvan de fluorescentie afhangt van de temperatuur. ‘Bij kamertemperatuur is het geel en met hulp van vloeibare stikstof kun je die laten veranderen in paars.’ En er is natuurlijk geen lol te beleven aan zo’n experiment als je de benodigde ingrediënten kant-en-klaar bestelt, die maakt hij dus zelf. ‘Als basis voor pyridine koop ik vitamine B3 en het koper haal ik uit koper­leidingen.’

Voor de bezitter van een thuislab blijkt opslag de grootste uitdaging. ‘Die is dan ook in de schuur. Ik wil liever geen oplosmiddelen in huis hebben staan.’ Tabak heeft wel even contact gezocht met de gemeente voor het geval dat de buren hem in zijn labjas door het huis zouden zien schuifelen en verkeerde conclusies zouden trekken. ‘Dat soort situaties wil je voor zijn. Hier in Brabant bevinden zich nogal een aantal illegale labs’, grinnikt de student.

Geen afvoerputje

Begrijp deze gedreven student niet verkeerd: zijn studie komt op één. ‘Op het hbo is het elk blok van acht weken weer hard werken en dan is er steeds een week adempauze tussendoor. In die week duik ik mijn lab in.’ Dat wil dan weer niet zeggen dat Tabak naast zijn studie niet bijklust. ‘Zoals tijdens de zomervakantie, maar ook door het jaar heen in de avonduren en weekends werk ik bij EMA Tech, waar ik seriematig fijnmechanische componenten maak met behulp van computergestuurde metaalbewerkingsmachines. Ook die technische kant vind ik erg leuk.’

Dat Tabak wil blijven doorleren, liefst in een onderwijssetting, blijkt wel uit zijn vervolgplannen. ‘Hopelijk heb ik over anderhalf jaar mijn hbo binnen en dan wil ik naar de universiteit. Werken kan ik mijn hele leven nog.’ Daarmee zou hij het hele onderwijssysteem doorlopen, van achtereenvolgens het vmbo, mbo, hbo en ‘tot slot’ de universiteit. Het liefst zou hij zelfs nog promoveren.

‘Je onderwijsniveau zegt niet alles over wat je in huis hebt. Het mbo wordt ook wel het afvoerputje van het Nederlandse onderwijssysteem genoemd en daar ben ik het totaal niet mee eens. Ik moest van de havo naar het vmbo, omdat talen mij niet lagen. Daarna ben ik erachter gekomen wat ik leuk vind, wat ik wél in huis heb. En dan kost het opeens geen moeite meer.’