En hoe lang zijn die van jou?

Uit de lengte van iemands telomeren kun je zowel zijn biologische leeftijd aflezen als de tijd die hem nog rest. Zeker wanneer die iemand toevallig een zangvogeltje op de Seychellen is, concluderen Groningse en Britse biologen na 20 jaar onderzoek.

Dat de telomeerlengte een dergelijke rol speelt, werd al veel langer vermoed. Maar het is waarschijnlijk voor het eerst dat er op grote schaal metingen aan zijn gedaan bij een populatie dieren in het wild.

Die telomeren zijn de uiteinden van chromosomen. Bij de replicatie van het DNA dienen ze als ‘uitloop’ voor de eiwitten die langs de streng lopen. Het laatste eindje wordt daarbij zelf niet gerepliceerd, zodat bij elke celdeling de telomeren een klein beetje korter worden. Blijft er te weinig over, dan houdt het op.

In het tijdschrift Molecular Ecology wordt nu beschreven hoe de populatie Seychellenzangers (Acrocephalus sechellensis) op het eilandje Cousin, in de Indische Oceaan, gedurende lange tijd tweemaal per jaar is bemonsterd om de telomeerlengte van elk individu te kunnen bestuderen. Voor de duidelijkheid: het is een klein eiland met maar 3000 van die vogels.

Voordeel van dat eiland is dat de vogels er niet af kunnen, maar dat ze er geen natuurlijke vijanden hebben en gewoonlijk van ouderdom sterven. Het is dus een ideale onderzoekspopulatie.

Er kwam uit dat er geen eenduidige relatie is tussen de leeftijd van zo’n vogeltje en de lengte van zijn telomeren. Vroeger werd gedacht dat telomeren in een vast tempo korter worden. Maar de waarheid lijkt nu eerder te zijn dat chromosomen sneller slijten naarmate hun eigenaar meer oxidatieve stress te verduren krijgt, als gevolg van omgevingsfactoren.

Wat wél keihard vast is komen te staan, is dat een vogel met kortere telomeren een verhoogde kans heeft om binnen een jaar te overlijden. En ook dat vogels die met langere telomeren uit het ei komen, gemiddeld ouder worden.

Voorgesteld wordt dan ook om aan de telomeerlengte een ‘biologische leeftijd’ te koppelen.

Volgns de onderzoekers wordt het moeilijk om het over te doen met mensen. Ten eerste ben je dan zeker een eeuw bezig, ten tweede worden mensen meestal pas bemonsterd als ze al ziek zijn en dus niet representatief meer.

bron: RU Groningen

Onderwerpen