Nu zijn ze weer te klein.

Nanobolletjes zijn slechts beperkt geschikt als medicijnverpakking. In de kleinste haarvaatjes gaat het misschien goed maar elders komen ze de bloedstroom niet uit, hebben ingenieurs van de universiteit van Michigan ontdekt.

In het tijdschrift Langmuir leggen Omolola Eniola-Adefeso en collega’s uit dat de diameter van de meeste bloedvaten vele malen groter is dan die van zo’n nanodeeltje. Door de stroming hebben bloedcellen de neiging om zich midden in zo’n bloedvat op te hopen. De nanodeeltjes komen daartussen klem te zitten en komen evenmin in de buurt van de wand.

Met andere woorden: ze kunnen niets doen.

De Amerikanen hebben het simpelweg uitgeprobeerd met kunststof kanalen die ze bekleedden met endotheelcellen. Microbolletjes, met een diameter van 2 micrometer, bereikten de wand zonder problemen: ze worden er zelfs door de rode bloedcellen tegenaan geduwd. Kleinere exemplaren bleken echter zichtbaar kansloos.

De dosering van die nanodeeltjes verhogen bleek ook al nauwelijks te werken. Vijfmaal zo veel deeltjes in de bloedbaan leverde slechts tweemaal zoveel ‘hits’ tegen de wand op.

Het probleem is uiteraard dat je de diiameter van die nanodeeltjes niet zomaar kunt vergroten, want dan kunnen ze niet meer zo gemakkelijk tussen cellen doorglippen. Bovendien krijgt het immuunsysteem ze dan sneller in de gaten.

Eniola-Adefeso heeft wel wat andere suggesties: inerte microdeeltjes bekleden met nanobolletjes, die pas loskomen als ze tegen de wand worden gedrukt, of staafjes uitproberen die zich in de stroom allicht anders gedragen.

bron: University of Michigan

Onderwerpen