MicroRNA (dit is overigens miR 133, dat niet in de studie voorkomt)

Micro-RNA’s in het bloed verraden dagen of weken van tevoren of iemand op het punt staat een hartaanval te krijgen. Het zou geen kwaad kunnen om mensen met een verhoogd risico continu te monitoren, aldus Jeffrey Anderson ( Intermountain Medical Center Heart Institute) tijdens het jaarlijkse congres van het American College of Cardiology.

Het is de tweede set hartaanvalvoorspellende biomarkers binnen een paar dagen, na de endotheelcellen die verraden dat je aderverkalking scheuren begint te vertonen.

Anderson kwam er achter dankzij de DNA- en bloedplasmabank van zijn instituut, naar eigen zeggen de grootste ter wereld. Die biobank bevat bloed van mensen die een hartaanval hebben gehad, maar ook referentiemonsters van mensen die voor zover bekend geen hartklachten hebben. En bij die laatste groep zaten er ook een paar van mensen die, stomtoevallig, 1 tot 7 dagen na de monstername ineens wèl een hartaanval bleken te hebben gekregen.

In die monsters zocht Anderson naar een zestal microRNA’s die eerder met hartaanvallen in verband zijn gebracht. De concentratie van drie daarvan bleek significant lager dan in het bloed van mensen die een jaar voor en na de monstername geen hartaanval hadden gekregen.

Het gaat om de microRNA’s genummerd miR-122, miR-145 en miR-375. Je mag er van uitgaan dat ze bepaalde genen controleren, zoals gebruikelijk voor microRNA’s. Welke genen het precies zijn is nog onbekend, maar het ligt voor de hand dat ze iets met hart en bloedvaten te maken hebben.

Anderson droomt al van een implanteerbaar nanolabje-op-een-chip dat mensen met verhoogd risico continu in de gaten houdt en de dokter belt zodra het te weinig microRNA’s meet.

bron: Intermountain Medical Center

Onderwerpen