Een eenoogkreeftje.

Planten en dieren kunnen zich via evolutie wellicht niet genoeg aanpassen aan de klimaatsverandering, zo melden onderzoekers van de UC Davis in Californië. Zij ontdekten dat eenoogkreeftjes zich in tien generaties tijd kunnen aanpassen aan een temperatuurstijging van ongeveer een halve graad Celcius.

In het artikel, dat online is gepubliceerd in Proceedings of the Royal Society B, is te lezen hoe verschillende studies suggereren dat soorten met een wijde verspreiding wellicht beter bestand zijn tegen klimaatsverandering. Dit zou komen doordat zij een hogere genetische variantie hebben in eigenschappen die te maken hebben met tolerantie van de omgeving. Maar als ze geïsoleerd van elkaar leven kunnen ze hun genen waarschijnlijk niet aan elkaar overdragen. Daarom testten de onderzoekers of er binnen een soort met een wijde verspreiding verschillen zijn in aanpassingsvermogen aan klimaatsverandering.

Om daar achter te komen verzamelden ze exemplaren van het eenoogkreeftje Tigriopus californicus op acht locaties op verschillende breedtegraden in Noord-Amerika, van Mexico tot Oregon. Tot tien generaties lang testten de onderzoekers de beestjes op hittetolerantie en in hoeverre de tolerantie overerfbaar was.

Bij vaststelling van de temperatuur waarbij de helft het loodje legt, de LT50, bleek het verschil in hittetolerantie binnen de soort slechts 3,5 °C te bedragen. Het verschil binnen dezelfde populatie was ook erg klein, met een standaarddeviatie van hooguit 0,29 °C. Ook konden de onderzoekers door tien generaties lang te selecteren de hittetolerantie slechts een halve tot een hele graad Celcius verhogen.

In vier populaties was ook geen significant verschil te zien tussen de hittetolerantie van generatie vijf en tien, wat volgens de onderzoekers suggereert dat de variantie binnen die populaties beperkt is. En volgens de onderzoekers lijkt het er ook nog eens op dat de beestjes al dicht tegen hun limiet zitten van wat ze kunnen verdragen; ze maten dat poeltjes waar de beestjes in leven tijdens de lente- en zomermaanden kunnen opwarmen tot minder dan één graad onder levensgevaarlijke temperaturen.

Al met al zijn de onderzoekers vrij pessimistisch over het vermogen van de beestjes om zich aan te passen aan de opwarming van de aarde. “Natuurlijke selectie zal ze waarschijnlijk niet redden”, aldus mede-auteur Rick Grosberg.

Bron: UC Davis

Onderwerpen