De bovenste wolkenlaag van Venus is vermoedelijk een nevel van zwavelzuur met 1% ijzer(III)chloride. In elk geval kun je zo het uv-spectrum verklaren, claimen Russische onderzoekers.

Dat er iets in die wolken circuleert dat uv-straling absorbeert, is al heel lang bekend. Het leidt tot een typisch strepenpatroon wanneer je de planeet fotografeert met een uv-filter. Maar tot nu toe werd algemeen aangenomen dat kristallijne zwaveldeeltjes er voor verantwoordelijk waren.

In het tijdschrift Icarus presenteren Vladimir Krasnopolsky en collega’s nu een ’fotochemisch’ model dat voorspelt wat er in de Venus-atmosfeer gebeurt met zulke zwaveldeeltjes. Voor het eerst nemen ze daarbij niet alleen de vorming uit carbonylsulfide (COS) maar ook de afbraak onder invloed van zonlicht uitgebreid mee.

Er komt uit dat er inderdaad redelijk veel zwavelkristallen in de wolken zitten, maar alleen in de onderste laag die begint op ongeveer 47 km boven het Venusoppervlak. De hogere lagen, tot ongeveer 65 km boven dat oppervlak, bevatten volgens dit model te weinig zwavelkristallen om de absorptie te verklaren.

Maar de waarnemingen van de sonde Venera 14, die in 1982 door de wolken heen dook en een geslaagde landing op het Venusoppervlak maakte, wezen uit dat de absorptie juist wél plaatsheeft in de bovenste wolkenlaag.

Het kan dus niet aan zwavelkristallen liggen.

Waar het wel aan ligt, is gokken. Maar een eerdere sonde, de Venera 12, had een röntgenfluorescentiemeter aan boord. Die heeft indertijd vastgesteld dat er naast H2SO4 ook een beetje FeCl3 in de wolken zit. En al in 1981 is in een Russisch lab vastgesteld dat 1% FeCl3 in H2SO4 precies het goede uv-spectrum oplevert. Dus...

bron: Moscow Institute of Physics and Technology