Fosfaat versnelt het transport van E.coli door de bodem. Vee besmet het grondwater dus sneller dan gedacht, melden onderzoekers van de University of Milwaukee in het tijdschrift Environmental Science and Technology.

Jin Li en collega’s hebben simpelweg uitgeprobeerd hoe lang een kweekje van E. coli O157:H7 er over doet om door kwartszand te zakken, dat is verzadigd met water. Daarbij werd de totale ionenconcentratie in het water constant gehouden, maar er zaten wisselende hoeveelheden fosfaationen tussen.

In de gebruikte proefopstelling bereikte 45 procent van de bacteriën binnen een uur de bodem, wanneer er geen fosfaat in het water zat. Maar zat er wel een millimol fosfaat in, dan haalde 77 procent van de bacteriën het binnen die tijd.

Computersimulaties doen vermoeden dat het fosfaat de afstotende krachten tussen de bacteriën en de zandkorrels vergroot.

Tot nu toe werd algemeen aangenomen dat alleen de totale ionenconcentratie maatgevend was voor de snelheid waarmee bacteriën uit koeienstront het grondwater bereiken. Als de door diezelfde koeien uitgescheiden fosfaten het proces versnellen, dan betekent dit dat de risico’s van de besmetting van het grondwater (en dus vaak ook van het drinkwater) stelselmatig worden onderschat.

Een interessante vraag is dan uiteraard of er nog meer specifieke ionen zijn die het transport versnellen, en of je het ook kunt vertragen.

bron: C&EN

Onderwerpen