S. islandicus.

Om medicijnen in de darmen te krijgen moet je ze verpakken in de fosfolipiden van een extremofiele bacterie die goed tegen zuur kan. Dat stelt de Deense onderzoeker Sara Munk Jensen in haar proefschrift.

Om precies te zijn gebruikt ze Sulfolobus islandicus, een archaeon dat voorkomt in hete vulkanische bronnen en zich het beste voelt bij 75 tot 80 graden Celsius en een pH van 2 à 3.

Het laatste hoofdstuk van het proefschrift verscheen deze zomer al in het International Journal of Pharmaceutics. Het beschrijft hoe je de verpakkingen maakt door uit een kweekje van S. islandicus alle membraanmoleculen te isoleren. Die meng je met cholesterol en ‘gewone’ fosfolipiden uit eigeel of sola-olie op liposomen te vormen, vetbolletjes waar je je medicijn in kunt stoppen.

In dit geval zat er overigens geen medicijn in maar een kleurstof, om te kunnen volgen wat er gebeurde.

De liuposomen bleken inderdaad aardig bestand tegen de galzouten in maagsappen. Zelfs na een verblijf van anderhalf uur in 8 mM galzout was tien procent van de bolletjes nog intact; bij 4 mM was dat zelfs 75 %. Ter vergelijking: in een menselijke maag schommelt de concentratie tussen 0,3 en 9,6 mM.

Jensen vermoedt dat je nog betere resultaten kunt boeken als je de membraanmoleculen opzuivert, in plaats dat je het ruwe extract gebruikt. Ze schat dat ze op 85% overlevingskans moet uitkomen voordat het interessant wordt voor de farmaceutische industrie.

bron: University of Southern Denmark