Preseniline

Alzheimer kun je wellicht remmen door te zorgen dat het amyloïde-precursoreiwit niet meer kan worden verknipt. Bij muizen werkt het alvast, melden Nazneen Dewji en collega’s van de UC San Diego.

Het verknippen van dat precursoreiwit, afgekort APP, levert de amyloïde-bètapeptides op die vermoedelijk de symptomen van alzheimer veroorzaken door samen te klonteren tussen de hersencellen. Tot nu toe is vooral geprobeerd om het gamma-secretase-enzymcomplex aan te pakken dat het knipwerk doet, maar die enzymen hebben zo veel nevenfuncties dat deze strategie stuk lijkt te lopen op de bijwerkingen.

In PLOS One presenteert Dewji nu een aanpak die de enzymen ongemoeid laat maar APP onbereikbaar voor ze maakt. Het idee is om een klein onderdeel uit het enzymcomplex te knippen, waarvan bekend is dat het wél betrokken is bij de binding aan APP maar niet bij het eigenlijke knippen. Als dat eenmaal op APP zit, past er niet ook nog eens een compleet complex op.

Dewji heeft een tiental van die fragmenten uitgeprobeerd. Het meeste succes had ze met fragment P8, bestaande uit de aminozuren 66 tot en met 73 aan het NH2-eind van preseniline 1. Dat fragment (sequentie DEEEDEEL, voor wie het thuis wil proberen) is in water oplosbaar, wat de toediening vergemakkelijkt. En bij genetisch gemodificeerde muizen met alzheimersymptomen bleek een behandeling van twee weken met P8 inderdaad de opbouw van amyloïde-bètaplaques minstens te halveren.

Met het totaal anders uitziende fragment P4 (aminozuren 41 tot en met 65, RRSLGHPEPLSNGRP) werkte het ook, zij het iets minder goed.

Naast haar vakgroep runt Dewji een spin-off genaamd Cenna Biosciences die moet proberen er een medicijn voor menselijk gebruik van te maken. Hoe ver ze nog van klinische tests af zit, blijft voorlopig onduidelijk.

bron: UCSD