Welk werk past bij jou? Een dagbladjournalist, een vermogensbeheerder en een ceo laten zien dat onderzoek niet de enige mogelijkheid is.

Dat Robert Jan Vreeburg (52) scheikunde zou gaan studeren lag voor de hand. Als scholier had hij thuis een zuurkast, waarin hij de meest onverstandige proefjes deed. Toen hij afstudeerde in de fysische chemie en katalyse waren zijn vragen nog lang niet beantwoord. Na zijn promotie ook niet. ‘Maar tegen die tijd begreep ik dat er altijd nieuwe vragen blijven komen. En had ik net drie jaar bijna tevergeefs geworsteld met het op atomair niveau schoonmaken van een nikkel-ijzer éénkristaloppervlak onder ultrahoogvacuüm. Daar was ik klaar mee. Ik wilde mijn kennis gaan toepassen en heel graag naar het buitenland.’

Grensvlak

‘Biochemie vond ik inhoudelijk heel leuk, maar ik had al snel door dat ik in het lab niet heel gelukkig werd’, begint Maud Effting (44) haar verhaal. ‘Wel vond ik het leuk om het allemaal op te schrijven. Daar was ik ook goed in.’ Ze studeerde cum laude af. ‘Mensen dachten dat ik wel zou gaan promoveren. Ik wist zeker dat ik dat niet wilde. Wat ik wel wilde, wist ik niet. Ik ben een jaar gaan reizen. Dat was heel leuk. Maar eenmaal terug wist ik het nog steeds niet.’

'Dingen naast je werk blijven doen, verruimt je blik en helpt je uit te vinden wat je wilt'

‘Op school vond ik het jammer dat de biologieleraar weinig van natuurkunde wist en de natuurkundeleraar weinig van biologie. Wat zich op die grensvlakken afspeelt, vond ik juist interessant’, verklaart Marieke Alberts (32) haar keuze voor de studie moleculaire levenswetenschappen. Tijdens haar studie bleef haar interesse breed: ‘Ik zat in verschillende commissies en besturen. Voor mijn afstuderen deed ik een klein vak bij biofysica en een groot vak in een ziekenhuis. Mijn stage deed ik bij de stichting C3, die jongeren informeert over en enthousiasmeert voor de chemie. Met een duidelijke toepassing werken trok mij meer dan het wetenschappelijk onderzoek waartoe mijn studie leek op te leiden.’

Toen haar werk bij C3 ophield, zag Alberts een vacature voor een ‘vindingrijke bèta’. ‘Dat ben ik wel’, dacht ze. Ze werd aangenomen op de R&D-afdeling van hedgefonds Transtrend. Ze ontwikkelt en uitprogrammeert in eigen beheer ontwikkelde programma’s voor controle, rapportage en treasury. ‘Mijn werk bestaat grofweg uit praten en programmeren. Ik ben de enige moleculair wetenschapper tussen veel wiskundigen, natuurkundigen en informatici. In de harde research zitten hier alleen bèta’s. We hebben een leuk team en uitdagende puzzels als werk. Ik doe dit nu acht jaar en vind het nog elke dag leuk. Dat blijft ook zo omdat ik er dingen naast ben blijven doen. Zo ben ik nu onder meer gemeenteraadslid.’ Alberts raadt young professionals aan dingen naast hun studie en werk te doen. ‘Dat verruimt je blik en helpt je uit te vinden wat je wilt.’

Twijfel

Effting was gaan werken als wetenschapsvoorlichter bij een universiteit. Maar de twijfel bleef. ‘Soms kreeg ik een journalist aan de lijn en dacht ik: ik wou dat ik jou was. Maar daar deed ik niks mee. Tot een vriend vroeg om eens helemaal los van studie en verwachtingen te zeggen wat mij nou een leuk beroep leek. Ik zei: journalist bij de Volkskrant. Ga daar dan voor, zei hij.’ Effting is blij dat ze die raad opvolgde.

‘Ik ben blij dat ik daarvoor niet zelf jaren in het lab stond’

Ze dacht nog: dat kun je niet worden als je scheikunde hebt gestudeerd. Maar ze werd toegelaten tot de postdoctorale opleiding tot dagbladjournalist. ‘Een jaar lang schaduwkrantje spelen met twintig zorgvuldig geselecteerde medestudenten. Daar heb ik mijn vak geleerd. Al die verschillende mensen bellen, soms als eerste hun bijzondere verhalen horen, dingen tot op de bodem uitzoeken; ik heb als verslaggever bij de Volkskrant echt het leukste werk dat er bestaat. Natuurlijk is het ook hectisch. Maar elke keer dat ik een wetenschapper in de life sciences interview over een zeer specialistisch onderwerp ben ik blij dat daar voor een breed publiek over kan schrijven zonder er zelf jarenlang voor in een lab te hoeven staan.’

Research

Vreeburg startte keurig in de research bij Shell. Maar al na twee jaar stapte hij over naar een rol als productmanager en snel daarna als leidinggevende in de sales en marketing. ‘Ik wilde naar het buitenland. En dat werd Londen.’ Zijn managementcapaciteiten vielen op en Vreeburg maakte snel carrière. ‘Shell was voor mij de commerciële universiteit. Ik wil overal iets leren en mezelf uitdagen, ik zoek altijd een nieuwe berg. De wereld is volgens mij zo groot of zo klein als je hem zelf maakt.’ Na vijftien jaar vertrok hij. ‘Het zelfstandige ondernemerschap bleef trekken en ik wilde graag volledig eindverantwoordelijk zijn voor een business. Ik zocht daarom een nieuwe uitdaging om waarde toe te voegen, en om de dingen zo goed en efficiënt mogelijk te doen.’

'Voor een nieuwsgierig mens is er niks leuker dan techniek'

Drie jaar maakte De Banketgroep met Vreeburg als directeur de lekkerste stroopwafels van Nederland. Enkele jaren als interim-directeur en managementadviseur voor verschillende bedrijven in binnen- en buitenland volgden. Kort geleden kocht hij het Delftse HedoN Electronic developments, dat hoogwaardige elektronica ontwikkelt en produceert voor de meest uiteenlopende toepassingen, van de aansturing van trapliften en versterkers voor het testen van nieuwe materialen voor hogere vermogens batterijen en accu’s voor energieopslag. ‘Ik ben weer terug in de techniek. Voor een nieuwsgierig mens is er niks leuker. Wij hebben hier onze eigen ontwikkelafdeling, waarmee we verschillende kanten op kunnen. Zo kom ik ook weer terug bij de chemie, want ik zie voor dit bedrijf goede kansen op het gebied van chemotronica.’