Noradrenaline, acetylcholine en dopamine regelen met zijn drieën onze omgang met onzekerheid. Londense neurowetenschappers hebben dat proefondervindelijk aangetoond, schrijven ze in PLOS Biology.

Volgens Louise Marshall, Sven Bestmann en collega’s van University College helpt noradrenaline bij het afschatten van de mate waarin onze omgeving onzeker is. Dankzij acetylcholine kunnen we ons snel aanpassen aan die veranderende omgeving, en dopamine past de gevoeligheid van ons motorische stelsel (dus de reactiesnelheid) aan aan de ervaren mate van onzekerheid.

De onderzoekers probeerden het uit door 128 proefpersonen elk 1.200 plaatjes te laten zien, waarna ze zo snel mogelijk op een toepasselijke knop moesten drukken. Er waren 4 verschillende plaatjes: ze kwamen niet in een vaste volgorde langs maar bij elk plaatje was het 85 % zeker welke de volgende zou zijn. Na elke 50 plaatjes nam een ander algoritme de aansturing over, maar dat wisten de proefpersonen niet.

Vooraf kregen de proefpersonen een medicijn toegediend dat de werking van één van de drie genoemde stoffen tegengaat door de bijbehorende receptor te blokkeren: respectievelijk prazosin, biperideen en haloperidol. Of ze kregen een placebo.

Bijgehouden werd hoe snel ze gemiddeld op de knop drukten, en of het de goede knop was.

De statistische verwerking van de resultaten is voor een leek niet te volgen. Maar de onderzoekers leiden er bovenstaande resultaten uit af.

Of ze gelijk hebben is... nou ja, onzeker. Maar leuk plaatje, toch?

bron: PLOS