Een eigen bedrijf starten als studerende chemicus of life scientist blijkt niet voor de hand te liggen. C2W spoorde er een paar op die wel die stap zetten.

Het aantal studenten dat al tijdens de studie fulltime een eigen bedrijf runt verdubbelde tussen 2012 en 2014 van 3 naar 6 %. Dit blijkt uit een enquête onder 10.000 studenten die het Erasmus Centre for Entrepreneurship vorig jaar hield. De onderzoekers geven als verklaring dat onderwijsinstellingen, overheden en banken ondernemerschap onder studenten de laatste jaren meer stimuleren. Zo kunnen studenten vakken volgen in ondernemerschap en in wedstrijden meedingen naar prijzen en subsidies. Op het gebied van de life sciences is vooral Leiden de laatste jaren actief. Elders in het land zijn nauwelijks studenten chemie of life sciences te vinden met een eigen bedrijf in hun vak­gebied.

Erik Boer, directeur van het Amsterdam Center for Entrepreneurship, vindt dat jammer. ‘Studenten chemie en life sciences worden uitgerust met gedegen inhoudelijke en technologische kennis, die heel waardevol kan zijn voor startende bedrijven. Maar het curriculum bij studies als scheikunde is zodanig vol dat voor ondernemende vakken domweg geen plaats is. Deze studenten komen niet in aanraking met onder­nemerschap.’

Flinke uitdaging

Zo kan het voorkomen dat een student civiele techniek een onderneming bouwt rond een nieuw rubberachtig materiaal. Toen hij sleutelde aan een nieuw koelsysteem voor zijn cross buggy stuitte HAN-student Bob Boonzaaijer (24) op een verbindingsprobleem dat hij met purschuim of enig ander materiaal niet kreeg opgelost. Boonzaaijer besloot zijn idee in te brengen bij het project Gelderland Valoriseert. ‘Ik wilde gewoon eens kijken hoe dat gaat’, vertelt hij. Via partner Dutch Polymer Institute kwam hij in contact met een materiaalwetenschapper die een nieuw materiaal had dat voor zijn toepassing geschikt lijkt. Gelderland Valoriseert nam de kosten van de technische haalbaarheidsstudie op zich en het bedrijf PolyExpansion werd geboren.

Inkomsten heeft Boonzaaijer, inmiddels afgestudeerd, nog niet gehad uit zijn bedrijf. ‘Ik leef van opdrachtjes als consultant. Maar werken in opdracht van iemand anders vind ik niet het meest uitdagend.’ Daarom hoopt hij zijn bedrijf de komende tijd verder uit te bouwen. ‘Het ondernemende wereldje bevalt mij. Veel mensen in mijn omgeving lijkt het vooral heel moeilijk. In ondernemende kringen redeneert men anders. Daar zien mensen een flinke uitdaging. Zo zie ik het ook.’ Als belangrijke eigenschappen voor ondernemende studenten noemt Boonzaaijer doorzettingsvermogen, optimisme en niet voor problemen weglopen.

Gestoorde experimenten

De genoemde eigenschappen zijn ook van toepassing op Max Green (23), bachelor life sciences and technology in Leiden en Delft. Een loopbaan die hem jarenlang in het lab zou houden, spreekt hem niet aan. ‘Mijn studiekeuze was geïnspireerd op hoe de natuurwetenschappers van vroeger zeer zelfstandig via de meest gestoorde experimenten nieuwe kennis en inzichten vergaarden.

Gaandeweg realiseerde ik me dat onderzoekers bij universiteiten en grotere bedrijven helemaal niet meer zo werken.’ De student gaf een creatieve draai aan die teleurstelling door te bedenken dat 3D-printen met nanodeeltjes hemzelf en anderen in de toekomst veel saai labwerk kon besparen. Zijn eerste businessidee was geboren. ‘En faalde jammerlijk’, lacht Green. ‘Mede doordat het moeilijk bleek om aan labapparatuur te komen waarmee we snel genoeg de techniek verder konden ontwikkelen.’

'Voor ondernemende vakken is domweg geen plaats'

Green hield aan dat avontuur een netwerk van andere studentondernemers over. Zoals zijn huidige compagnon Jan Zender (24), bachelor informatica en economie. Ook is hij bekend met instanties die startende ondernemers met raad en daad bijstaan. ‘En ik dacht: als het zo moeilijk is om aan een goed uitgerust lab te komen, dan maken we dat toch zelf?’ Dat werd zijn nieuwe onderneming Buxenus. Green: ‘Voor veel van het fundamentele werk in de biotechnologie gebruiken onderzoekers nog dezelfde handmatige, trage en foutgevoelige procedures als dertig jaar geleden. Wij geloven dat dit met moderne apparatuur veel sneller en beter kan.’ Momenteel automatiseert Buxenus elektroforese, maar het einddoel is een lab in a box, een klein modulair en computergestuurd labora­torium.

Plaagtor

Bij de Leidse studentenondernemersvereniging Lugus komt Green de laatste tijd regelmatig Gregory Schaaij en Wessel Bom tegen. Beide studenten aan de Hogeschool Leiden screenden het afgelopen jaar een groot aantal stoffen die potentieel als biologisch bestrijdingsmiddel kunnen dienen tegen een plaagtorretje dat in Zuid-Europa veel bijensterfte veroorzaakt. Hobby-imker en student moleculaire biologie Schaaij is sterk doordrongen van de urgentie hiervan. Bom zette zijn minor bio-informatica in om snel vijf potentiële kandidaatstoffen van natuurlijke oorsprong te vinden. Eind 2015 lanceerden de studenten hun idee in een wedstrijd voor ondernemende studenten. Bom: ‘De prijs was een mooie DNA-ketting. Die wilden we wel.’

Toen ze zowel de jury- als publieksprijs wonnen, werden de plannen serieus en sinds maart is Viride Tech een feit. Onlangs won het bedrijf € 5.000 in een competitie van het Leidse genomics expertise centrum Generade. Dat geld kunnen de jonge ondernemers goed gebruiken voor een proof of concept om verdere financiering dichterbij te brengen. Bom zegde zijn bijbaan op om zich helemaal op zijn bedrijf te kunnen richten. Maar beide studenten zijn er nog niet uit hoe zij het uitbouwen van hun onderneming het volgende studiejaar gaan combineren met stages en afstuderen. ‘Heel misschien mogen we in ons eigen bedrijf stage lopen. Of bij een bedrijf dat ook werkt aan biologische plaagbestrijding’, hoopt Schaaij.

Niet snel groeien

Marcel van der Sluis (48), organisch chemicus en technology manager van de Busi­ness Generator van RUG, UMCG en Hanzehogeschool ziet het aantal studentondernemers in de chemie en life sciences niet snel groeien. ‘Een student informatica kan een app ontwikkelen en proberen daaromheen een bedrijf te bouwen. In de chemie en life sciences heb je veelal een of meerdere octrooien nodig. Die heb je als student nog niet. In dit vak is starten terwijl je nog studeert veel te vroeg. Bij ons zijn het meestal postdocs die met vragen over en ideeën komen voor ondernemen, soms samen met een hoogleraar.’

'Mijn eerste idee faalde jammerlijk'

Dat het Bas Millenaar (27), applied sciences bachelor molecular plant science aan de HAN, wel lukte om in 2014 zijn bedrijf LabTIE op te zetten en te werken aan nieuwe producten om routinematig labwerk te versnellen, blijkt deels te danken aan de unieke samenwerking met zijn vader Arno. Volgens elektronicus Millenaar (56) is het van belang dat hij niet geremd wordt door kennis en gewoontes uit de life sciences. ‘Onze kansen liggen op het snijvlak van high tech en life sciences bij veelgebruikte producten, handelingen en protocollen die in geen jaren vernieuwd of verbeterd zijn.

Die zie je het snelst door er van buiten naar te kijken.’ Vader Millenaar ziet de laatste tijd vaker studenten die in hun eentje of met een paar medestudenten willen ondernemen. Zijn advies haakt in op dat van Van der Sluis: ‘Zoek een serieuze partner. Maak een ouder iemand met wat geld en vooral levenservaring mede-eigenaar. Dan kun je stappen maken. Wie zijn idee, hoe goed ook, helemaal voor zichzelf wil houden, komt niet op gang.’