Hoewel Groot-Brittannië niet de snelste route neemt om de EU echt te verlaten, moeten bedrijven en onderzoekers in de chemie toch voorbereid zijn op mogelijke consequenties. Zo zijn er zorgen over import en export, onderzoeksbeleid, mobiliteit van personeel en regelgeving.

Het is nog altijd onduidelijk wat Brexit precies betekent en wanneer het gaat gebeuren. Net als in Nederland overheerst in Duitsland momenteel een negatief sentiment over de referendumuitslag van 23 juni. Uit onderzoek van het Institut für Wirtschaftsforschung in München onder zevenduizend bedrijven bleek eind augustus dat met name de chemische en de elektrotechnische industrie somber zijn over de directe toekomst. Daarbij speelt meer dan alleen Brexit, maar de mate van somberheid hangt wel samen met de schaal waarop ze zakendoen met Groot-Brittannië.

Export

De stemming in Duitsland staat in contrast met die in Groot-Brittannië zelf. De Chemical Industries Association bevroeg in augustus haar leden en kon melden dat meer dan drie kwart juist zeer positief naar de toekomst kijkt. Dat heeft mede te maken met een direct effect van het Brexit-referendum, namelijk de val het Britse pond, waardoor export goedkoper is geworden – al staat daar duurdere import van grondstoffen tegenover.

Nederlandse chemische bedrijven exporteren jaarlijks voor € 7 miljard naar Groot-Brittannië. Of dat bedrag onder druk komt te staan, durft branchevereniging VNCI niet te voorspellen. Kredietverzekeraar At­radius stelt in zijn analyse van de gevolgen van de Brexit op het Nederlandse bedrijfsleven dat de chemische industrie een van de sectoren is waarvoor de consequenties het grootst zullen zijn.

Voor Vlaanderen is de chemische-farmaceutische sector, goed voor ongeveer een derde van de totale export van € 300 miljard (aldus kerncijfers van branchevereniging essenscia), verhoudingsgewijs nog belangrijker. Bijna 10 % van die export gaat naar de overkant van het Kanaal. Ook essenscia waagt zich niet aan voorspellingen.

Onderzoek

Bij het inschatten van de gevolgen van Brexit gaat het niet alleen over de directe kosten van handeldrijven. Ook het onderzoek krijgt ermee te maken, zowel van onderzoeksinstellingen als van bedrijven. De chemische industrie in Europa is nauw verweven, en doet daardoor veel internationaal onderzoek. Dat gebeurt onder meer in het kader van het EU-onderzoeksprogramma Horizon 2020, waarin ruim € 10 miljard per jaar omgaat.

Nadat de Zwitsers in 2014 bij referendum besloten paal en perk te willen stellen aan immigratie (met name uit het nieuwe EU-lid Kroatië), was uitsluiting uit het Horizon 2020-programma een van de eerste tegenmaatregelen die de EU nam. Het leidde tot een significante afname van research­activiteiten in het land. De Britse regering heeft inmiddels laten weten alle verlies aan Europese onderzoeksubsidies te compenseren. De precieze voorwaardes daarvoor zijn nog niet duidelijk.

'Je vraagt je toch af hoe dit verder gaat'

‘Zeker vlak na het referendum was er veel onzekerheid’, vertelt Reinout Raijmakers van het Bijvoet Centrum voor Biomolecu­lair onderzoek van de Universiteit Utrecht. ‘Wij maken deel uit van het Europese In­struct-consortium, waarvan de penvoerder in Oxford zit. Ten tijde van het referendum hadden we net een nieuw plan ingediend bij de Europese Commissie om onze gezamenlijke infrastructuur uit te breiden. Dan vraag je je toch af: hoe gaat dit verder?’

In dit geval besloot de Europese Commissie door te gaan op de ingeslagen weg, aldus Raijmakers. Zolang de consequenties van Brexit onduidelijk zijn, is er voor de Europese Commissie geen reden om ermee te stoppen. En waarschijnlijk komen er oplossingen voor dit soort gevallen, omdat niemand gebaat is bij het verbreken van de banden. Raijmakers: ‘De onrust is nu gaan liggen.’

Regelgeving

Wanneer Groot-Brittannië net als de Zwitsers werk gaat maken van een van de voornaamste motivaties voor Brexit, immigratie uit andere Europese landen beperken, komt de personele mobiliteit in het geding. Shell-voorzitter Ben van Beurden liet in januari in een interview met de Sunday Times weten te vrezen voor de bewegingsvrijheid van zijn personeel. Een Nederlander naar Londen sturen, zal met meer papierwerk gepaard gaan. Een andere Brits-Nederlandse reus, Unilever, liet soortgelijke geluiden horen.

Of Brexit straks de uitwisseling van studenten hindert, staat nog niet vast. De Universiteit Leiden liet weten ervan uit te gaan dat het uitwisselingsprogramma Erasmus+ blijft bestaan. Mocht het toch stoppen, dan zoekt de universiteit alternatieve wegen om er toch voor te zorgen dat Britse studenten in Nederland terechtkunnen, en omgekeerd.

Niet alleen op immigratiegebied kunnen verschillen ontstaan in regelgeving tussen de EU en Groot-Brittannië. Hetzelfde geldt voor aanbestedingsregels en milieuwetgeving. De petrochemische industrie in Groot-Brittannië is met het oog op de aanhoudend lage olieprijs al een lobby begonnen om de invoering van nieuwe Europese milieuregels tegen te houden, met als argument dat dit banen kan kosten. Dan wordt het voor ExxonMobil financieel aantrekkelijker om zijn raffinaderij in het Engelse Fawley uit te breiden dan die in de Botlek.

REACH

Van direct belang voor de chemische industrie is ook de toekomst van REACH, de Europese regelgeving over de productie en het gebruik van chemicaliën. REACH wordt wel omschreven als het meest complexe stuk wetgeving dat de EU ooit heeft vastgelegd. De uitvoering is nog altijd gaande. Mochten de Britten besluiten zich niet meer op alle fronten aan REACH te willen binden, dan kan dat weliswaar de administratiedruk voor handel binnen Groot-Brittannië verlichten, maar die voor handel met de EU verhogen. Zwitserland hikt om die reden al jaren tegen de volledige implementatie van REACH aan.

Kortom, wie inzoomt op specifieke Europese regelgeving die wellicht ontvlochten moet worden, ziet dat dit traject vele jaren gaat kosten en waarschijnlijk nog niet is afgerond op het moment van de formele Brexit. De onzekerheid is, over de brede linie, nog niet voorbij.