De laborant is weer spekkoper.

Voor technici op alle niveaus, van vmbo tot en met wetenschappelijk, zijn de vooruitzichten op de arbeidsmarkt na 2013 goed of gemiddeld. Met name laboranten op hbo-niveau zitten gebeiteld, zo meldt het Platform Bèta Techniek in het zojuist verschenen rapport ‘De regionale arbeidsmarkt voor bètatechnici tot 2016’.

De algehele toon is een stuk positiever dan in het vorige arbeidsmarktrapport van twee jaar geleden. Daarin werd voorspeld dat er, mede als gevolg van de crisis, tot 2013 sprake zou zijn van een technici-overschot.

De nieuwste cijfers laten zien dat dat overschot een zeer tijdelijk karakter heeft. Alleen voor vmbo en mbo grafische techniek, mbo operationele techniek en mbo vervoer blijven de vooruitzichten matig tot slecht. Voor de meeste andere bèta- en techniekrichtingen wordt voorspeld dat studenten, die nu aan de opleiding beginnen, een redelijke tot grote kans hebben om meteen na het behalen van hun diploma een baan te vinden.

Daarbij wordt voor hbo-laboratorium verreweg de scheefste verhouding tussen het aantal afstudeerders en het beschikbare aantal banen verwacht. Mbo-laboratorium en mbo-werktuigbouw eindigen op een gedeeelde tweede plaats. Hbo-chemische technologie scoort ook niet slecht maar opvallend genoeg lijken vraag en aanbod van natuurwetenschappelijk geschoolde academici elkaar precies in evenwicht te houden (zie pagina 32 van het rapport).

Interessant is dat het rapport voor het eerst duidelijk in kaart brengt in welke delen van het land welke techniekopleidingen worden gevraagd, en van waar naar waar het meeste wordt geforenst. Zo is te zien dat de hightech vooral langs de autoweg A2 zit, dus op de lijn Amsterdam-Eindhoven. Lager opgeleide technici zijn gewilder in de periferie, maar óók in het grootste deel van de Randstad.

bron: Platform Bèta Techniek

Onderwerpen