Het Utrechtse universiteitsmuseum zit tijdelijk vol schimmel, een extra reden om er eens heen te gaan.

‘Schimmel associeer ik meestal met wat ik aantref in het verloren jampotje dat achter in mijn koelkast staat’, stelde minister Bussemaker tijdens de opening van Fungal Futures. Voor velen staan schimmels inderdaad niet in een positief daglicht. En dat terwijl ze ervoor zorgen dat we bacteriële infecties kunnen bestrijden met penicilline, spijkerbroeken kunnen bleken en beschikken over citroenzuur dat we in tal van voedingsmiddelen stoppen.

Werkelijk niemand associeert schimmels met kunst. Toch gebruikt menig kunstenaar al jaren zwammen, paddenstoelen of schimmeldraden om er stoelen, jurken, lampen of simpelweg mooie objecten van te maken (zie ook C2W life sciences 4, 2015). Kunstenaar Maurizio Montalti van Officina Corpuscoli werkte de afgelopen jaren samen met onderzoekers van de Utrechtse vakgroep microbiologie van Han Wösten. Gezamenlijk besloten ze een tentoonstelling met schimmelkunst te maken.

Varens en palmen

In de Oude Hortus, een oude, maar fraaie kas in de tuin van het museum kun je het werk van elf kunstenaars bewonderen. Die locatie is prachtig, want in plaats van een steriel witte tentoonstellingsruimte, tref je als bezoeker nu de prachtige jurk van Aniela Hoitink aan tussen varens en palmen. Of zie je War of the Worlds tripodachtige kunstwerken staan op een wonderschone plek in een vijver midden in een kas.
Als bezoeker word je niet alleen geattendeerd op de kunstwerken, maar ook op de afvalproblematiek, de voedselschaarste en de rol van schimmels daarin.

'Op de kruk kun je niet zitten'

Het is bovendien fascinerend om te zien welke materialen de kunstenaars - samen met onderzoekers - al hebben kunnen maken; van dun helder tot dik donker en rubberachtig materiaal.
Een scepticus zal terecht wijzen op het ‘nut’ van de aanwezige gebruiksvoorwerpen, want op de kruk kun je niet zitten en Hoitinks jurk is nog te fragiel om te dragen. Deelnemend kunstenaar Jonas Edvard, aanwezig bij de opening, stelt echter: ‘Ik ben ervan overtuigd dat deze materialen in de toekomst een belangrijke rol gaan spelen, zowel voor de afvalproblematiek, maar ook als gewaardeerd mate­riaal binnen de kunstsector.’

Wie altijd al eens naar het universiteitsmuseum wilde, heeft nu een extra reden om af te reizen naar de Utrechtse binnenstad. De tentoonstelling is maar kort te zien en verhuist hierna naar het minder bereisbare Italië. En om te eindigen met de woorden van Bussemaker: ‘Zelden kom ik als minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap iets tegen waar alle drie de elementen van mijn ministerie samenkomen.’