Toch niet allemaal hetzelfde, dus.

De hypothese dat antibiotica allemaal oxidatieve stress gebruiken om bacteriën te doden, kan de prullenmand in. Het ‘bewijs’ was inderdaad te mooi om waar te zijn, suggereren twee publicaties in het jongste nummer van Science.

De hypothese dat alle antibiotica werken door reactieve zuurstofverbindingen (ROS) te genereren, verscheen in 2007 in het tijdschrift Cell. James Collins en collega;’s hadden het uitgeprobeerd met norflaxine, ampicilline en kanamycine. Ze meenden de ROS-vorming te kunnen aantonen met hydroxyfenylfluoresceïne (HPF), een kleurstof waarvan werd aangenomen dat hij alleen in aanwezigheid van ROS oplicht.

Sindsdien is heel veel werk gestoken in het achterhalen van het mechanisme. Min of meer in de hoop dat het zou betekenen dat je de werking van álle antibiotica kunt versterken met één universele toevoeging die bacteriën gevoeliger voor ROS-schade maakt.

Maar Kim Lewis en collega’s van Northeastern University melden nu dat ze HPF ook licht hebben zien geven in een zuurstofloze atmosfeer waarin ROS per definitie niet kunnen ontstaan. Kennelijk is dat spul in de praktijk helemaal niet zo selectief. Als ze bacteriën met antibiotica behandelden, konden ze trouwens geen verband zien tussen de sterfte en de hoeveelheid fluorescentie.

Tegelojk meldten James Imlay en collega’s van de University of Illinois dat er geen meetbare hoeveelheden waterstofperoxide vrijkomen als je bacteriën behandelt met diverse antibiotica. Zou er sprake zijn van ROS-vorming dan zou je die peroxide juist wel verwachten.

Als klap op de vuurpijl laten beide studies zien dat antibiotica precies even goed werken onder anaerobe als onder aerobe condities, wat dus nooit zou kunnen als ze er ROS voor nodig zouden hebben.

Tegenover C&EN heeft Collins intussen verklaard dat hij grote twijfels aan de nieuwe studies heeft en dat hij binnenkort via een nieuwe publicatie zijn gelijk hoopt te halen.

bron: C&EN, Science

Onderwerpen