Aan de vluchtige stoffen in iemands urine kun je redelijk goed aflezen of hij blaaskanker heeft. Scheelt een hoop dure endoscopie-onderzoeken, claimen Engelse onderzoekers in PLoS ONE.

Voor de ‘Odoreader’-test gebruiken ze een standaard gaschromatograaf, gecombineerd met een in eigen huis ontwikkelde detector. Die laatste bevat een sensoroppervlak, gemaakt uit een mengsel van tinoxide en zinkoxide dat op 450 graden Celsius wordt gehouden.

Vluchtige componenten die uit de gaschromatograaf komen, zullen op het hete oppervlak ontleden. Dat beïnvloedt de elektrische weerstand, en uit die schommelingen bouw je je chromatogram op. Waarom dit beter werkt dan de gebruikelijke GC-detectoren wordt uit het verhaal overigens niet duidelijk.

Wat je vervolgens door de GC stuurt is niet de urine zelf maar de damp die zich in de ‘headspace’ (dus de ruimte boven de vloeistof in het potje) verzamelt.

Zoals gebruikelijk bij dit soort onderzoek kijk je niet naar de afzonderlijke componenten maar naar het complete chromatogram, waar je een statistische analyse op loslaat. Als input diende de urine van 98 mannelijke patiënten die zich met klachten hadden gemeld bij een uroloog. Onderzoek volgens de klassieke procedures leerde achteraf dat 24 van hen inderdaad blaaskanker hadden; de rest leed aan iets anders.

Aan de hand van de chromatogrammen konden alle 24 kankerpatiënten er feilloos tussenuit worden geplukt. Van de overige 74 werden er slechts 4 abusievelijk voor kankerpatiënt aangezien. Het werkt dus nog niet perfect, maar in elk geval stukken beter dan alle andere non-invasieve analysetechnieken die tot nu toe zijn gepubliceerd.

Sommige afwijkende pieken vielen zelfs zo sterk op dat de statistische analyse eigenlijk niet eens meer nodig was.

Om de Odoreader te valideren zal hij nog wel veel uitgebreider moeten worden getest. Om te beginnen is nog volmaakt onduidelijk of het ook werkt bij vrouwen, die veel minder vaak blaaskanker krijgen maar er zeker niet immuun voor zijn.

bron: University of Liverpool

Onderwerpen