Botbehandeling met de DBM-spuit.

Voor botherstel heb je geen stamcellen nodig maar alleen hun signaaleiwitten. Werkt veel makkelijker en vermindert de kans op bijwerkingen, schrijven Amerikaanse onderzoekers in Scientific Reports.

Nu stimuleert men dat botherstel nog met ‘demineralized bone matrix’ (DBM), fijngemalen botweefsel van overledenen waar de kalk uit is gehaald. Als het goed is zitten daar nog voldoende eiwitten in om de botgroei bij de ontvanger aan te zwengelen, maar de resultaten zijn enigszins onvoorspelbaar en soms héb je niet eens een geschikte donor.

Todd McDevitt en collega’s van de Gladstone Institutes in San Francisco zijn er als eersten in geslaagd om zulke groeifactoren (want dat zijn het) los in handen te krijgen.

Ze gingen niet uit van DBM maar van embryonale stamcellen die net waren begonnen om zich tot botweefsel te specialiseren. Eerder hadden ze al ontdekt dat een behandeling met bèta-glycerofosfaat dat proces kunstmatig op gang brengt.

Je mag verwachten dat zulk botweefsel-in-wording passende groeifactoren aanmaakt, en dat blijkt inderdaad zo te zijn. Die factoren, met name BMP-2, BMP-4 en VEGF, blijk je er met een mild extractiemiddel ook nog uit te kunnen krijgen, wat ten eerste bewijst dat ze er echt in zitten en ten tweede dat de concentratie hoger is dan in DBM. Voorzichtige proefjes bewijzen trouwens dat het stamcelmateriaal inderdaad de botgroei zeker zo goed stimuleert als dat DBM.

De auteurs lijken er niet op te gokken dat je een generieke cocktail van die groeifactoren kunt produceren op industriële schaal. Ze denken eerder aan het ex vivo op kweek zetten van stamcellen van een specifieke patiënt, en daarmee diens eigen botherstel te promoten.

bron: Gladstone Institutes