De aspirine-achtige pijnstiller Sulindac remt de groei van bepaalde tumoren door zich te binden aan het signaaleiwit RXRa. Met een paar kleine wijzigingen werkt hij zelfs nog beter, zo melden onderzoekers van het Sanford-Burnham Medical Research Institute in het tijdschrift Cancer Cell.

Bekend was al dát dergelijke NSAID’s (‘non-steroidal anti-inflammatory drugs’) soms enig effect hebben tegen kanker. In een aantal gevallen heeft dat rechtstreeks te maken met hun ontstekingsremmende functie, die werkt via inhibitie van cyclooxygenase-2 (COX-2). Voor zover tumorgroeiprocessen afhankelijk zijn van COX-2, worden ze hierdoor ook geremd.

Sulindac (voluit ((1Z)-5-fluoro-2-methyl-1-(4-(methylsulfinyl)benzyliden)-1H-inden-3-yl)azijnzuur) blijkt echter ook een heel ander effect te hebben. Het bindt zich namelijk aan retinoïde X receptor-a (RXRa), een zogeheten kernreceptor die de expressie van bepaalde genen regelt. Normaal gesproken remt RXRa juist tumorgroei, maar veel tumoren maken een ingekorte versie van dit eiwit aan die de groei juist blijkt te versterken. Dat gebeurt dan weer door interactie met de p85a subunit van een ander eiwit, fosfatidylinositol-3-OH kinase (PI3K).

Kort en goed: Sulindac voorkomt dat dit gebeurt en zet daarmee een andere kettingreactie in gang die leidt tot apoptose oftewel afsterven van de tumorcel.

Voordeel van pijnstillers als Sulindac is dat ze al tientallen jaren op de markt zijn. De veiligheid hoeft niet meer te worden bewezen en alle octrooien zijn allang verlopen.

Nadeel is wel dat sommige NSAID’s een slechte reputatie hebben vanwege bijwerkingen op hart- en bloedvaten. Vandaar dat de onderzoekers een licht gewijzigde variant van het molecuul hebben bedacht, genaamd K-80003, die niet meer bndt aan COX-2 maar des te beter aan verkort RXRa. Ze denkne dat dit pas écht een interessant kankermedicijn wiordt - al zal het natuurlijk wel helemaal opnieuw klinisch moeten worden getest.

bron: Sanford-Burnham Medical Research Institute

Onderwerpen