Consumenten die bij een commercieel bedrijf hun eigen genen laten testen, worden niet merkbaar ongerust van de resultaten. Hun leefstijl er aan aanpassen doen ze ook niet, zo melden Californische onderzoekers in het New England Journal of Medicine.

Vorige maand waarschuwde de Nederlandse Gezondheidsraad nog dat zulke goedkope gen-tests juist wél massale bezorgdheid in de hand kunnen werken, en dat er dus een publieke ethische discussie moet komen over de vraag of er niet de rem op moet.

Eric Topol (Scripps Translational Science Institute, La Jolla) en collega’s boden 3.639 burgers tegen een vriendenprijsje een DNA-test aan van het bedrijf Navigenics. Die tests geeft aan of je op basis van je genen een verhoogd risico loopt op 23 verschillende aandoeningen, waaronder diabetes, psoriasis en de ziektes van Crohn en Alzheimer.

In ruil daarvoor moesten ze voorafgaand aan de test een uitgebreide vragenlijst invullen, en 6 maanden na afloop nog eentje.

Uiteindelijk vulden 2.037 personen beide vragenlijsten in. Van hen toonde 90,3 procent geen enkel teken van ongerustheid. Ze waaren ook niet meetbaar meer gaan sporten, of minder vet gaan eten. En ze lieten zich ook niet significant vaker screenen op ziektes waarop ze een verhoogd risico bleken te lopen, al zeiden ze wel iets vaker dat ze dat in de toekomst van plan waren.

Topol moet wel toegeven dat hij geen idee heeft wat er aan de hand is met de 40 procent van de testpersonen, die de tweede vragenlijst niet meer invulden. Wellicht zijn die wél doodsbenauwd.

En er wordt ook al op gewezen dat Topol is vergeten te vragen of zijn proefkonijnen wel precies begrepen wat er in het testrapport van Navigenics stond.

bron: naturenews

Onderwerpen