DSM komt met een totaalpakket voor de omzetting van houtige biomassa in bio-ethanol. Het omvat enzymen die suikers vrijmaken uit cellulose, en gemodificeerde gistcellen die alle belangrijke suikers uit biomassa kunnen verteren. Volgens een woordvoerder van het bedrijf is zo’n combinatie een wereldprimeur.

Het pakket werd deze week voorgesteld tijdens het World Congress on Industrial Biotechnology and Bioprocessing in Washington, DC. Momenteel treft DSM voorbereidingen voor de opschaling. Onbekend is nog wanneer de eerste ethanolfabriek daadwerkelijk kan worden opgestart.

De cellulase-enzymen zijn afkomstig uit een thermofiele schimmel, die voorkomt in composthopen en op rottende boomschors. Ze blijven goed bij maximaal 65 graden Celsius. Dat betekent dat je je biomassa, ná de voorbehandeling met hete zuren die nodig is om de cellulose überhaupt verteerbaar te maken, veel minder ver hoeft af te koelen voordat je de enzymen toevoegt. Dat spaart energie, en vooral een hoop tijd.

De DSM-schimmel is inmiddels via klassieke stamverbetering geoptimaliseerd zodat hij de juiste enzymen maakt, wat voorbewerking op grote schaal mogelijk maakt.

De gistcellen, die de naam ‘Advanced Yeast’ hebben meegekregen, zijn het jongste resultaat van een langdurige samenwerking met het Kluyver Centre in Delft en het consortium B(E)-Basic. Terwijl een standaardgist (S. cerevisiae) alleen C6-suikers zoals glucose verteert (dus met 6 koolstofatomen in de centrale ring), kan de gemodificeerde versie ook C5-suikers aan.

De huidige variant is zó veelzijdig dat hij glucose, xylose, arabinose, galactose én mannose kan omzetten in ethanol. Hoeveel groter de ethanolopbrengst hierdoor wordt, hangt af van het type biomassa dat je gebruikt. Maar volgens DSM kan het uitlopen op een verdubbeling.

Om het helemaal af te maken wordt er een businessmodel bij aangeboden waarbij de enzymen niet meer op een centrale plek worden geproduceerd, maar op locatie bij de klant. Dat scheelt weer flink in de transportkosten.

bron: DSM

Onderwerpen