De Marcellus-formatie. De puntjes zijn schaliegasbronnen.

Uitgefrackte schalielagen kunnen mogelijk worden hergebruikt voor ondergrondse koolstofdioxideopslag. De VS kan er tot en met 2030 minstens de halve CO2-productie van haar energiecentrales in kwijt, suggereert een publicatie in Environmental Science & Technology.

Of het ook zou kunnen lukken in Nederland, dat geologisch anders in elkaar zit dan de VS, hebben de auteurs nog niet uitgezocht. Wellicht kan minister Kamp dat onderzoekje gelijk bestellen, nu hij toch bezig is.

Het idee van Andres Clarens (University of Virginia) en collega’s is dat het organische materiaal waarin het methaan in schalielagen opgesloten zit, net zo makkelijk CO2 moet kunnen adsorberen. Op papier moet het dus mogelijk zijn om een uitgeputte schaliebron vol te pompen met CO2, tot in de diepst van de door het fracken ontstane poriën. Daarna sluit je de put alsnog af en weg is je broeikasgas, tegen minimale kosten.

Op basis van beschikbare kinetische gegevens voorspelt Clarens dat de adsorptie van CO2 een aantal malen sneller gaat dan de desorptie van CH4. Als het klopt dat de gemiddelde put maar een paar jaar CH4 produceert, zou de CO2-injectie dus een kwestie van maanden moeten zijn.

Clarens heeft een computermodel gebouwd dat voorspelt hoeveel CO2 je in een gegeven schaliegasveld kwijt kan, gebaseerd op die kinetische gegevens en de adsorptiecapaciteit van het organische materiaal (kerogeen). Als hij daar de voorspelde schaliegasproductie invoert van de Marcellus-formatie in het noordoosten van de VS, dan komt er uit dat daar tussen nu en 2030 10,4 tot 18,4 miljard ton CO2 in moet passen. Dat is ruim de helft van wat er in de VS uit stationaire bronnen (vooral energiecentrales maar ook de chemische industrie) komt.

Probleem is wel dat het model leunt op een hele reeks boterzachte aannames. Clarens is inmiddels proefjes aan het doen met gemalen schalie om te checken of hij de adsorptiecapaciteit correct heeft ingeschat, en dat is maar één van de vele punten waar het geniale plan op kan stranden.

Maar wie weet valt het juist mee...

bron: C&EN

Onderwerpen