Of houdt u liever een Dafje?

Europa moet zwaar investeren in nieuwe technologie. Alleen door in te spelen op de ‘derde industriële revolutie’ kan de maakindustrie weer gaan groeien in plaats dat ze nog verder achteruit gaat. Dat stelt de Europese Commissie in een woensdag gepresenteerde industriebeleidsnota.

De Europese chemiekoepel Cefic heeft meteen laten weten dat ze er helemaal achter staat, temeer omdat de chemische industrie behoort tot de weinige Europese bedrijfstakken die wereldwijd nog altijd voorop lopen.

De nota, geproduceerd op instigatie van eurocommissaris voor industrie Antonio Tajani, waarschuwt dat die derde industriële revolutie er sowieso komt. De tijd is er gewoon rijp voor, gezien het wereldwijde tempo van innovatie en industriële ontwikkeling. “Het wereldwijde industriële landschap zal er door veranderen en onze concurrenten in de VS en in Azië investeren er wèl zwaar in.”

Met andere woorden: als Europa door vertrouwenscrises, labbekakkerige banken en gebrek aan vakmensen niet méé investeert, worden we door de rest van de wereld links en rechts ingehaald.

De nota doet op het eerste gezicht denken aan het Nederlandse topsectorenbeleid. Wezenlijk verschil is echter dat Nederland vooral inzet op bestaande sectoren waar we al goed in zijn, terwijl Tajani kiest voor nieuwe technologie waar we goed in zouden moeten worden. Voor de korte termijn heeft hij 6 prioriteitsgebieden aangewezen:

- geavanceerde, ‘schone’ productietechnieken, met 3D-printen als prikkelend voorbeeld;

- ‘key enabling technologies’ zoals micro- en nanoelectronica, geavanceerde materialen, industriële biotechnologie, fotonica, nanotech en geavanceerde productiesystemen (alweer!);

- producten op basis van biomassa;

- duurzaam industriebeleid, duurzaam bouwen en duurzame grondstoffen;

- schone voer- en vaartuigen;

- intelligente energiedistributie (‘smart grids’).

Volgens de nota zou industriële productie in 2020 weer goed moeten zijn voor 20 procent van het bruto nationaal product van de EU. Nu is het 16 procent en dalende.

Waarbij wordt aangetekend dat de EU op het gebied van industriebeleid niet méér mag doen dan acties van lidstaten ondersteunen, coördineren en aanvullen. Als die lidstaten het vertikken om mee te werken, houdt het op.

bron: EU, Cefic

Onderwerpen