Hoe zorg je dat jouw wetenschappelijke boodschap overkomt? In deze serie legt presentatiecoach Marloes ten Kate uit hoe je effectief communiceert. Deze keer: herken en vermijd jargon.

shutterstock_1794806047

Beeld: Shutterstock

Wil jij helder en doeltreffend presenteren? Volg dan de online presentatietraining van Marloes op Take the Stage en klik op ‘Online Training’. Deze kost normaal € 199, maar is voor leden van de KNCV gratis. Klik hier en vraag je gratis inlogcode aan.

Katalysatoren zitten alleen in auto’s. Een wiskundig model is een slim persoon op de catwalk. Ester is een meisjesnaam. X is een kusje. Lateral C flux komt uit Star Trek. Voor je het weet ben je verkeerd begrepen. Wat is het gevaar van jargon en waarom gebruiken we het toch zo hardnekkig?

Jargon kan iets heel specifiek omschrijven, en dat is een groot voordeel. Het leent zich voor snelle, efficiënte en tegelijk nauwkeurige communicatie. Velen van ons gebruiken dan ook graag jargon. Soms onbewust, gewoon omdat de woorden zo vanzelfsprekend zijn geworden. Denk aan woorden als ‘parasympatisch zenuwstelsel’, ‘organische chemie’ of ‘monetaire sector’. Wil je die begrippen uitleggen in Jip-en-Janneke-taal dan ben je al snel veel tijd kwijt. Jargon maakt de communicatie dus een stuk vlotter.

Als mensen het niet weten, bedenken ze er zelf wat bij

Jargon creëert ook een groepsgevoel, een gedeelde taal. En dat is ook precies het gevaar, want iemand die de woorden niet machtig is, valt buiten de boot. Hoewel jargon dus efficiënt is, is het niet inclusief. Vaktermen zijn al snel onbegrijpelijk voor buitenstaanders, waardoor iedereen in het publiek die een woord niet kent, onbewust het gevoel krijgt ‘ik hoor er kennelijk niet bij’ en ‘deze boodschap is niet voor mij bedoeld’.

Daarnaast bestaat het gevaar dat de boodschap verloren gaat, zeker als de belangrijkste boodschap van het verhaal leunt op een jargonterm. Ik coachte eens een onderzoeker die op al zijn slides de afkorting ‘Mtb’ had staan. Ik begreep werkelijk niets van zijn verhaal. Waar had hij het nou over? Ik vroeg het hem en hij lachte dat hij zich niet had gerealiseerd dat de afkorting zo vanzelfsprekend was geworden voor hem. Het betekende Mycobacterium tuberculosis. We vervingen de afkorting voor ‘tuberculose’ op de slides en hij legde mondeling toe dat dit een infectieziekte is die vaak in de longen voorkomt. Het hele verhaal was plots een heel stuk helderder. Van een onbegrijpelijk betoog werd zijn presentatie ineens een intrigerende reis door zijn vakgebied.

Of iets onnavolgbaar is, bepaalt je publiek

In dit geval had een deel van het publiek hem niet begrepen zonder deze ingreep. Dan was zijn kennis voor hen verloren gegaan. Maar het kan ook nog erger, want het publiek kan de boodschap ook nog verkeerd begrijpen. Zo wordt het woord ‘significant’ door relatieve leken vaak verkeerd begrepen als ‘heel groot’ of ‘heel veel’. Voor corona halen mensen ook vaak een negatief en een positief testresultaat door elkaar. Dan kan de boodschap zomaar een averechts effect hebben.

Wat denken leken dat ‘organische chemie’ bijvoorbeeld betekent? Samen met collega-wetenschapscommunicator Jenny Hasenack deden we een rondgang bij kennissen, veelal hoogopgeleide mensen. De antwoorden waren ontluisterend. Het betekent ‘chemie, maar zonder de pesticiden’, zei iemand. ‘Processen die in de natuur plaatsvinden, dus niet door mens’, zei een ander. ‘Biologische chemie’, gokte een derde. Als mensen het niet weten, bedenken ze er zelf wat bij. En dan kan het pas echt mis gaan in de communicatie.

Of iets onnavolgbaar is, bepaalt je publiek. Voor collega’s kun je rustig vaktermen gebruiken, maar spreek je voor een breder publiek, dan kun je jargon beter vermijden. En een breder publiek heb je al vrij snel. Experts uit een ander vakgebied, bestuursvoorzitters en politici hebben er belang bij dat typische vaktermen vermeden worden.

Als een veertienjarige je term niet kent, is het vaak jargon

Er is een simpele vuistregel om te zien of een woord jargon is. Neem een veertienjarige in gedachten. Kent deze het woord niet? Grote kans dat het jargon is. De reden is dat we tot onze veertiende hetzelfde onderwijs genieten. Daarna kiest de topeconoom in spe voor een vakkenpakket met maatschappijleer en economie. De chemicus gaat voor natuurkunde en scheikunde. Hoewel het publiek dus kan bestaan uit hoogopgeleide, intelligente mensen, zijn de woorden die ze paraat hebben, anders.

Jargon vermijden en alledaagse termen gebruiken, loont dus. Die vertaalslag maken kost wel wat moeite, want eenvoudig taalgebruik is makkelijker gezegd dan gedaan. Maar het levert veel op, voor jou en je publiek.

IMG_4643 def 3b

Beeld: Ap van den Driessche