Om mitochondriaal DNA van dolfijnen en andere walvisachtigen te pakken te krijgen hoef je alleen de dampfontein op te vangen die het dier uitademt. Veel praktischer dan een biopt of een bloedmonster en vooral veel minder belastend voor de walvis, zo schrijven Amerikaanse en Australische onderzoekers in PLoS ONE.

Het achterliggende idee is walvissen er een behoorlijk krachtige manier van uitademen op na houden, waardoor met de damp altijd wel wat celmateriaal uit de longen meekomt.

De onderzoekers vergeleken mitochondriaal DNA uit de ademlucht van zes tuimelaars (uit het zeeaquarium in Baltimore) met bloedmonsters van dezelfde tuimelaars, die bij medische controles tóch al waren genomen. In alle gevallen bleken de DNA-profielen uit adem en bloed identiek.

Die profielen zijn vooral interessant om de familieverhoudingen binnen een school walvisachtigen vast te stellen. Tot nu toe neemt men daarvoor weefselmonsters met een klein model harpoen, maar dat vraagt nogal wat handigheid en voor zeer jonge dieren wordt deze methode sowieso beschouwd als onethisch.

Voor een ademmonster moet je nog steeds onaangenaam dicht bij de walvis in de buurt komen. Volgens de onderzoekers is dat echter niet zo’n probleem, in elk geval niet bij dolfijnachtigen die tóch al de gewoonte hebben om uit zichzelf vlak voor schepen uit te gaan zwemmen.

bron: PLoS

Onderwerpen