Niet alleen mensen worden steeds dikker, maar ook dieren. En dat kan niet alléén liggen aan te veel voer en te weinig beweging, zo stellen Amerikaanse statistici. Ze suggereren om maar eens goed te gaan zoeken naar endocriene disruptoren in het drinkwater of een mogelijk ‘vervettingsvirus’.

Het belangrijkste argument is dat de gewichtstoename ook statistisch significant blijkt te zijn bij proefdieren, zoals ratten, muizen en apen, die onder precies dezelfde omstandigheden worden gehouden als 30 jaar geleden.

In Proceedings of the Royal Society B rapporteren David Allison (University of Alabama) en collega’s dat ze gegevens hebben bekeken van meer dan 20.000 dieren uit 24 populaties. Ongeveer de helft betrof labratten en -muizen die tussen 1982 en 2005 betrokken waren bij het National Toxicology Program, dat de gevaren van blootstelling aan chemicaliën onderzocht.

De rest betrof onder meer klauwaapjes uit het primatencentrum in Madison (Wisconsin), huiskatten en -honden, en wilde stadsratten uit Baltimore..

Omdat er geen goede definitie bestaat voor obesitas bij dieren, werd de grens gelegd bij het gewicht waar 85 procent van elke populatie onder zat op het vroegste moment waarvoor gegevens beschikbaar waren.

Resultaat: zowel het gemiddelde gewicht als het percentage obese dieren liep door de jaren heen steeds verder op. Het verschil was bij minder dan de helft van alle groepen significant. Maar als je alle cijfers bij elkaar optelt komt daar wél een zeer significante trend uit: de auteurs schatten de kans dat het toeval is op 1,2 × 10-7.

Dat de katen, honden en stadsratten dikker zijn geworden is uiteraard geen wonder, al is een toename van 40 procent bij die ratten wel érg veel. Maar dat de toename ook significant is bij laboratoriumdieren die het al die tijd met hetzelfde voer en hetzelfde tredmolentje hebben moeten doen, is verrassend.

De auteurs denken dus dat er iets anders aan de hand is. Wellicht worden zoogdiermetabolismes in geïndustrialiseerde gebieden massaal verstoord door hormoonverstorende stoffen of pathogenen in het drinkwater. En er is al eens een adenovirus gevonden dat bij proefdieren de opslag van lichaamsvet verhoogde.

Maar de redactie van Nature heeft het nog even nagevraagd bij de Amsterdamse voedingsdeskundige Jaap Seidell, en die sluit niet uit dat de labdieren wel degelijk anders worden gevoerd dan vroeger. Bovendien is het aantal knaagdieren per hok misschien ook veranderd, wat weer van invloed is op de hoeveelheid lichaamsbeweging die de dieren zichzelf toestaan.

Hij concludeert dat het de moeite waard is om wat meer systematisch uit te zoeken of er écht een onverklaarbaar effect is.

bron: naturenews

Onderwerpen