Sulfamidine.

Voer lang genoeg antibiotica aan je biggen en de bodembacteriën gaan de mest nog lekker vinden ook. Dat concluderen Canadese onderzoekers na een tien jaar durende veldproef.

Het zou kunnen betekenen dat veterinaire antibiotica zich niet zo erg ophopen in het milieu als eerder werd gevreesd.

In het Journal of Environmental Quality beschrijven de Canadezen hoe ze een aantal proefveldjes jarenlang hebben bewerkt met een mix van sulfamidine, tylosine en chloortetracycline, in concentraties die varieerden van 0,01 tot 10 mg per kg grond. Het onderste eind van dit concentratiebereik zou equivalent moeten zijn met wat je verwacht als je de mest uitrijdt van een varkensboerderij.

Daarbij was de sulfamidine (of sulfamethazine, dat is hetzelfde) gelabeld met koolstof-14. De andere twee antibiotica waren niet in gelabelde vorm te koop, zodat de concentraties moesten worden gevolgd met vloeistofchromatografie.

Na een jaar of 10 werden sulfamidine en tylosine inderdaad duidelijk sneller afgebroken in grond die de hoogste dosis had gehad, dan in grond die eerder niet met antibiotica was bewerkt. Voor chloortetracycline maakte het niet uit, maar dat komt volgens de onderzoekers doordat deze stof altijd al goed biodegradeerbaar was.

Het lukte zelfs om een bacterie te isoleren die verantwoordelijk is voor de sulfamidine-afbraak. Aan zijn RNA te zien is het een Microbacterium-soort; als werktitel heeft hij de naam C448 meegekregen.

De onderzoekers vermoeden dat er nog wel meer bacteriën zullen bestaan die helpen om antibiotica uit het milieu te krijgen. Ze waarschuwen echter wel dat dit nadrukkelijk niet moet worden gelezen als een vrijbrief voor het lozen van antibiotica in het milieu - het risico dat je wijdverbreide resistentie kweekt, blijft veel te groot.

bron: American Society of Agronomy

Onderwerpen