Ben Feringa en Jaap Sinninghe Damsté krijgen elk anderhalf miljoen van NWO voor hun onderzoek.

Twee keer achtereen werden de chemici overgeslagen bij de toekenning van de Spinozapremies, maar dit jaar maakt NWO die omissie dubbel en dwars goed. De premies, die de organisatie zelf graag ‘de Nederlandse Nobelprijzen’ noemt, gaan naar Ben Feringa, Rien van IJzendoorn, Michiel van der Klis en Jaap Sinninghe Damsté. Respectievelijk een chemicus, een pedagoog, een sterrenkundige en een aardkundige – en die laatste blijkt eigenlijk ook een chemicus te zijn. Alle vier krijgen ze anderhalf miljoen euro, vrij te besteden aan onderzoek. De officiële uitreiking is op 3 november.

Enantioselectief

Prof.dr. Ben Feringa, hoogleraar synthetische organische chemie aan de Rijksuniversiteit Groningen, werd al langer getipt voor een Spinozapremie. Volgens het juryrapport ‘behoort hij tot de meest creatieve en gezaghebbende onderzoekers in chemisch Nederland’. Hij was dan ook de eerste die twéé keer een Topsubsidie van NWO-Chemische Wetenschappen in de wacht wist te slepen.

Feringa ontwerpt en bouwt complexe organische moleculen. Het meest bekende voortbrengsel van zijn onderzoeksgroep is het ‘moleculaire motortje’, een molecuul waarvan het ene uiteinde onder invloed van licht om het andere heen draait. Nog belangrijker is wellicht Feringa’s werk op het gebied van enantioselectieve katalysatoren, die specifiek de vorming van links- óf rechtsdraaiende moleculen katalyseren. In de geneeskunde blijkt dit het verschil te kunnen uitmaken tussen een levensreddend medicijn en een dodelijk gif. Het is dan ook geen wonder dat de farmabranche grote belangstelling heeft voor Feringa’s onderzoek.

Met het Spinozageld wil hij onderzoeken waarom spiegelbeeldsymmetrie binnen de evolutie zo’n grote rol is gaan spelen. Hij noemt dat een van de grootste mysteries uit de natuurwetenschappen. “Vragen stellen aan de natuur, dat is onze drijfveer”, aldus Feringa. Hij draagt de premie op aan zijn vader, “landbouwer te Barger-Compascuüm”, die hem deze visie ooit heeft bijgebracht. En hij voegt eraan toe dat “de 21ste eeuw de eeuw wordt van de moleculaire wetenschappen, waarvan de chemie het kloppend hart zal zijn”.

Chemische fossielen

De naam van prof.dr.ir. Jaap Sinninghe Damsté is binnen de chemie veel minder bekend. Hij is hoofd van de afdeling Mariene Biogeochemie en Toxicologie van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee op Texel, en hoogleraar moleculaire paleontologie in Utrecht. En ook hij houdt zich bezig met complexe organische moleculen, alleen zijn ze iets minder nieuw dan die van Feringa.

Het gaat om ‘chemische fossielen’ die tientallen miljoenen jaren geleden door micro-organismen zijn achtergelaten in afzettingsgesteente (sedimenten) en in fossiele brandstoffen. Vaak is het koolstofskelet al die tijd intact gebleven, en specifiek genoeg om herkenbaar te zijn als ‘handtekening’ van één bepaalde soort. Uit de gevonden moleculen valt dus te reconstrueren hoe het microbiële leven er in een bepaalde periode moet hebben uitgezien.

Sinninghe Damsté heeft al kunnen vaststellen dat de oceanen in het Midden-Krijt zuurstofloos water van gemiddeld 35°C moeten hebben bevat dat de reukorganen van passerende dinosauriërs belaagde met een penetrante H2S-lucht. Al eerder, tijdens zijn promotieonderzoek, ontdekte hij allerlei nieuwe zwavelverbindingen in aardolie, wat de geldende theorieën over de wereldwijde koolstofkringloop en de zwavelcyclus gelijk op losse schroeven zette.

Net als Feringa hoopt hij met de Spinozapremie meer licht te kunnen werpen op de achtergronden van het leven. Zo kunnen chemische fossielen aangeven wanneer bepaalde soorten kiezelwieren (diatomeeën) voor het eerst ontstonden uit andere soorten, als nuttige illustratie van de manier waarop evolutie nu precies werkt. En een investering in nieuwe apparatuur is ook nooit weg: “Als ik de laptops van de Spinozalaureaten hier zo zie liggen, dan is de mijne het meest fossiel.”

www.nwo.nl/spinozawinnaars

www.chem.rug.nl/feringa

www.nioz.nl

Onderwerpen