Snaveldendriet.

Niet alleen postduiven, maar álle vogels hebben ijzeroxidedeeltjes in hun snavel waarmee ze het aardmagnetisch veld kunnen uitpeilen. Dat claimen Duitse onderzoekers in PLoS ONE.

De onderzoekers hebben de snavels onderzocht van 30 postduiven (Columba livia), 6 roodborstjes (Erithacus rubecula), 12 tuinfluiters (Sylvia borin) en 10 witte leghorns (Gallus gallus domesticus), overigens nadat de dieren een spuitje hadden gekregen.

Onder de microscoop, en vooral onder een geavanceerde röntgencamera, bleken al die snavels op elkaar te lijken. Je vindt telkens een stuk of 500 dendrieten, 20 tot 30 micrometer lange en 5 micrometer dikke structuren die ijzerdeeltjes bevatten. Ze zijn in verschillende richtingen georiënteerd en ze lijken te zijn aangesloten op uitlopers van het zenuwstelsel.

Er wordt bij aangetekend dat het ijzer vrijwel geheel aanwezig is in de vorm van ijzer(III)oxide. Je zou wellicht magnetiet (Fe3O4) verwachten vanwege de betere magnetiseerbaarheid, maar dat is het dus (vrijwel) niet.

De onderzoekers vermoeden dat elke dendriet het magnetisch veld in een andere richting uitpeilt, en dat alle metingen in de hersenen worden samengevat tot een magnetische ‘kaart’ die zowel grootte als richting van het aardmagnetisch veld ter plekke aangeeft. Of ze die kaart ook gebruiken zou dan afhangen van de vraag of ze hem nodig hebben: voor trekvogels is dat alleen tijdens de trek, en wat die kippen er nog aan hebben is een goede vraag.

bron: Goethe-Universität, Frankfurt/Main

Onderwerpen