Microbiomen van 26 T-shirts. De bovenste tien zijn van katoen, de onderste zes van gemengde vezels, de rest van polyester. Linker kolom is Staphylococcus in het algemeen, midden S. hominis, rechts de micrococci.

Dat polyester kleding harder gaat stinken dan katoen wanneer je er in zweet, komt doordat polyester een betere voedingsbodem is voor de verantwoordelijke bacteriën. De Gentse onderzoeker Chris Callewaert heeft dat experimenteel vastgesteld, meldt hij op de website van Applied and Environmental Microbiology.

Het experiment bestond er uit dat 26 gezonde Vlamingen in een vers gewassen T-shirt werden gehuld, waarna zich een uur in het zweet trapten op een hometrainer. Na afloop werden hun oksels bemonsterd met een wattenstaafje. De T-shirts verdwenen gedurende 28 uur in hermetisch afgesloten plastic zakken, om lekker verder te broeien.

Na afloop werden de T-shirts eerst voorgelegd aan een menselijk beoordelingspanel, dat de geur moest beoordelen met een cijfer van -4 (erg bah) tot +4 (erg lekker). Dat de polyester shirts de laagste beoordeling kregen, zal niemand verbazen.

Daarna werden de aanwezige bacteriën geïsoleerd en op kweek gezet. Daar kwam uit dat ze elk een uniek ‘textielmicrobioom’ vertoonden maar dat er wel wat overeenkomsten waren. Zo werd Staphylococcus hominis alleen aangetroffen op shirts van 100% katoen, en groeiden micrococci alleen op textiel dat geheel of gedeeltelijk uit kunstvezels bestond.

En in dat laatste zit volgens Callewaert het verschil. Zweet stinkt van zichzelf niet omdat de vetzuren, die voor geur zouden moeten zorgen, vanwege hun hoge molecuulmassa niet vluchtig zijn. De geur wordt veroorzaakt doordat bacteriën deze vetzuren afbreken tot kleinere moleculen die wél vluchtig zijn. En het zijn de micrococci die hierbij de meest ranzige afbraakproducten produceren.

Staphylococcus hominis daarentegen zorgt voor een ‘normale’ lichaamsgeur die niet als vies wordt ervaren. Vandaar dat bezweet katoen duidelijk minder hard lijkt te stinken.

Onaangename okselgeur komt van weer een andere soort, Corynebacterium, waar Callewaert al eerder spraakmakend onderzoek naar deed. Maar die soort blijkt juist op geen enkele soort textiel te willen groeien.

Callewaert en collega’s suggereren dat de textielindustrie wellicht haar weefsels zo kan aanpassen dat micrococci er zo slecht mogelijk op groeien, terwijl de minder geurige delen van het microbioom met rust worden gelaten.

bron: American Society for Microbiology