Redactioneel

Stel, je schraapt al het microplastic uit de oceanen, dan zou – volgens het meest pessimistische scenario van IPOScience – het gewicht ervan overeenkomen met dat van zo’n 8.740 potvissen. Voor wie het wil weten, een mannetje weegt 41.000 kg en zijn wederhelft tikt net 14.000 kg aan. Wie over microplastic praat, heeft het alleen over stukjes die kleiner zijn dan 5 mm. Tel je al het plastic mee, dan komen er nog eens 865.260 potvissen bij. Maar laten we voorlopig naar die initiële 8.740 potvissen kijken. Die 8.740 zwemmen voor een groot deel in de plastic soep rond.

Wat moet je je onder die plastic soep nu voorstellen? Soms zie je plastic eilanden van gigantische hoeveelheden plastic zakjes en flesjes die min of meer vervlochten in het water dobberen. Eigenlijk heeft dat (nog) maar weinig met die soep te maken. Waar je de eilanden vaak relatief dicht bij de kust kunt vinden, tref je de soep vooral aan op plekken ver van de – door mensen – bewoonde wereld, waar golfstromen – en dus ook heel veel plastic – bij elkaar komen.

Die verre oorden blijken ware luilekkerlanden. De steeds maar uitdijende poelen soep zitten namelijk vol versgebakken hamburgers, pizza en andere snacks. Tenminste, zo kun je de uitleg van onderzoekers van de universiteit van Uppsala interpreteren. Zij lieten deze maand in Science zien dat de ontwikkeling van baarslarven verandert door al het plastic. Het opvallendste is dat de larven de voorkeur geven aan de rondzwevende plastic deeltjes boven gewoon voedsel. Het onderzoeksteam vergelijkt het met fast food; je wilt er steeds meer van eten en je kunt niet stoppen.

Nu hoef ik niet uit te leggen dat algen beter zijn voor die jonge visjes dan stukjes plastic. Toch lijkt de Europese Unie dat nog niet te willen inzien. Onder meer Nederland pleitte twee jaar geleden al voor een ban op microplastic in cosmetica; de scrubdeeltjes in je douchegel bijvoorbeeld. Maar vooralsnog lijkt er in Europa maar weinig schot te zitten in een wet die het plastic verbiedt en lijkt zelfs 2020 niet haalbaar, terwijl de niet zo milieubewuste VS onlangs een verbod aannamen.

Wat kan het gros van de andere Europese lidstaten nu nog over de streep trekken? In Duitsland spoelden begin dit jaar al meerdere potvissen aan. Onderzoekers haalden er vervolgens enorme hoeveelheden afval uit, zoals een motorkap, dertien meter visnet en grote hoeveelheden plastic. Misschien eten potvissen dus ook liever afval dan inktvissen en zien sommige EU-lidstaten walvissen en vissen wel als de opruimdienst van de zee. Toch hoop ik dat het snel tot een akkoord komt. Het lijkt me namelijk net iets effectiever om af te spreken dat je je ’s ochtends onder de douche niet meer wast met stukjes plastic.

Kevin Kosterman, vak-/eindredacteur C2W life sciences
kkosterman@c2w.nl